Dag één en twee zijn voorbij. Maar hoe verliep de rest van de week?

Dag 3: Tijd voor aanpassing

Het duurde twee dagen, maar de oplossing is gevonden: ik heb mijn laptop verhuisd naar de woonkamer en heb al mijn telefoonactiviteiten verplaatst naar de computer en de huistelefoon. De gehele ochtend zit ik achter mijn laptop – aan mijn site te sleutelen, studeren – met daardoor allerlei communicatiemiddelen binnen handbereik. Valsspelen? Neeuh! Ik moet er toch echt helemaal zelf aan denken om mijn mailbox te openen om mijn email te checken, want ik word niet meer door mijn telefoon geattendeerd op nieuwe emails.

Maar, eerlijk is eerlijk, over het algemeen geniet ik van de rust: geen berichtjes waar ik tussen mijn activiteiten door op moet reageren, geen belletjes op momenten die niet uitkomen, geen melding dat mijn Ruzzletegenstander wacht totdat ik mijn beurt heb gespeeld. Geen gepiel op dat toetsenbord (waar ik na een jaar nog steeds niet aan gewend ben). Geen telefoon betekent ook geen frustraties om de telefoon.

Miscommunicatie

B. komt ’s avonds thuis met een tas vol met boodschappen. Omdat ik gisteravond al voorzag dat er op de dag zelf geen sms-verkeer mogelijk zou zijn, had ik hem al gezegd dat ik de boodschappen wel zou doen. Was hij even vergeten. Resultaat: een keer een volle koelkast. Erg? Nee. Wel chill eigenlijk. Hoeven we morgen niet meer. (Ja, wij zijn van die types die niet vooruit kunnen plannen en elke dag boodschappen doen).

21.50 B. merkt op dat hij het heerlijk vind dat ik hem niet kan bereiken. “Ik zit er zelfs over te denken om het internet van mijn telefoon te halen, dan kan je me helemaal niet meer lastigvallen,” zegt hij. Met een grijns, dat gelukkig wel.

Eerste echte ontwenningsverschijnselen

22.30 B. slaapt. Ik ben ook moe, maar nog te wakker om te slapen. Te moe om te lezen.  Te onrustig om passief achter de tv te gaan hangen. En opeens mis ik mijn telefoon. Op mijn telefoon is altijd wel wat te doen: een spelletje Rumble/Ruzzle, beetje internetten, mail checken, twitteren. Saai nu. Zucht. Mijn experiment begint iets minder leuk en grappig te worden. (Erg trouwens: bij de zin “op mijn telefoon is altijd wel wat te doen,” moet ik denken aan van die documentaires over verslavingen, waarin iemand zegt: “mijn sigaret is mijn beste vriend(in). Hij is er altijd voor me.” Hm.. Ik laat het maar even hierbij denk ik.)

23.00 Ik heb echt zooo geen zin om ook nog die steile trap naar de zolder op te gaan om daar die opwindwekker te pakken, die weer op te winden, uit te testen of het knopje nou uitgetrokken of ingedrukt moet worden om het alarm aan te zetten, dat ik maar besluit om me morgen door B. wakker te laten maken. Moet ik wel iets vroeger op. Maarja. Ik heb gewoon geen zin in die wekker. Zucht. Zo’n telefoon is wel heel lekker makkelijk. Even kom ik in de verleiding…

Dag 4: niet meer leuk

09.45 Balen! Ik zit in de trein, kan geen geen muziek luisteren, ben mijn boek vergeten (Arthur Conan Doyle’s A Letter in Scarlet), had geen tijd om mijn laptop mee te nemen en kan uiteraard niets op mijn telefoon doen vanwege dat stomme experiment van me. Grrrr… En ik ging nog wel met de trein om even lekker wat dingen te kunnen doen. Positief punt: ik ben in ieder geval niet een van die groep zombies die allemaal wezenloos naar hun telefoon zitten te staren, terwijl het kwijl nog net niet uit een van hun mondhoeken druipt.

Rare dromen als gevolg van een week zonder mobieltje13.04 In de trein terug realiseer ik me dat ik vannacht over mijn mobiel heb gedroomd. In mijn droom voelde ik me heel schuldig, omdat ik toch toegegeven heb aan de lokroep van mijn iPhone. Net zoals dat je je voorneemt een tijd niet meer te gaan snoepen en je opeens (in je droom) aan de voordeur van het huisje van Hans en Grietje begonnen bent, of aan alle bomen snoep hangt en je je zakken vol aan het laden bent. Zoiets dus. Of dat je in je droom lekker zit te paffen terwijl je helemaal niet (meer) rookt. Of dat je in je droom zwanger bent, maar lekker biertjes aan het tanken bent, terwijl je dat nooit zou doen als je echt ooit zwanger zou zijn (los daarvan drink ik sowieso geen bier). Deze telefoondroom verraadt blijkbaar een diepere – en mogelijk complexe – relatie tussen mij en mijn telefoon; blijkbaar zijn de ontwenningsverschijnselen erger dan ik dacht.

Dag 5, 6 en 7: de laatste loodjes

Ik hoef geen sms-codes te krijgen van DigiD, dat scheelt. Ik sta niet met pech aan de kant van de weg. Ik heb niet uren vertraging. Mijn week wordt wel heel gemakkelijk gemaakt zo. Over het algemeen ben ik in de buurt van mijn computer, dus al het contact gaat via laptop, of persoonlijk contact. De wekker hoef ik een paar dagen niet te zetten, dus ook dat is geen probleem. En dan kom ik tot de vreselijke conclusie die typerend is voor het mobiele telefoongebruik van onze generatie in het algemeen: de telefoon wordt allang niet meer gebruikt zoals hij ooit bedoeld was.

De apps die ik mis
Mijn foto-apps mis ik enorm. Nu moet ik weer aan Photoshop CS,,,

Want ik kan prima zonder telefoon; in de zin dat ik het bellen totaal niet mis. Sterker nog, ik had sowieso al een hekel aan bellen, dus ik ben er blij om dat ik niet zomaar overal gebeld kan worden (sommigen van jullie weten dat als ik fluisterend opneem met de woorden “ik bel je zo terug”, ik waarschijnlijk in de trein of bus zit en me te opgelaten voel om daar te gaan bellen. En dat ik opneem, dat is al heel wat). Sms’en mis ik een beetje, omdat ik geen impulsieve berichtjes kan sturen. De rest mis ik gi-gan-tisch. De wekker, zoals in mijn vorige blogs al te lezen was: drama. Camera:  gigantisch gemis. Vaak maak ik een foto van iets als geheugensteuntje, vandaar dat ik de laatste dagen wat chaotischer was dan normaal. Internet: mis ik ook, maar kan opgevangen worden door de computer. En dan: de apps op mijn telefoon. Ik mis de bankieren app, de fotobewerkingsapps, mijn herinneringenlijstjes, mijn agenda-app, de weerapp, de notitie-app, mijn muziekapp, nieuwsapp en zo kan ik nog wel even doorgaan.

Door die laatste punten heb ik op dag 6 en 7 bijna toegegeven aan de behoefte aan mijn telefoon.”Ik heb toch al bewezen dat ik zonder telefoon kan?” denk ik dan. Dat klinkt een beetje als een verslaafde. De laatste dag heb ik mijn telefoon zelfs al klaargelegd op mijn nachtkastje, zodat ik meteen weer aan de slag kon, zodra de week voorbij was. Tja.

Diagnose na een week geen mobieltje

Toch kom ik uiteindelijk tot de volgende conclusie: A. Sint Jago, gediagnosticeerd door haarzelf is: ☑ Niet verslaafd, maar wel lui. Ik ben namelijk te lui om mijn computer aan te zetten, mijn normale camera te pakken en uit te vogelen hoe en normale wekker werkt. Zonder telefoon lukte prima, maar als het kan liever niet.

Wat zou jij het meest missen?