Ik had het al helemaal uitgedacht. Dit jaar zou ik de griepprik een keertje niet halen (die haal ik normaal wel vanwege mijn MS—de symptomen van MS kunnen erger worden als ik ziek word namelijk, tenminste, dat schijnt). Ik was er echter van overtuigd dat de griepprik gewoon weer een kapitalistisch, bangmakend iets is, wat bedacht is door de farmaceutische industrie. Ook de Volkskrant schrijft in een artikel van 23 November 2012 dat het effect van de griepprik zwaar wordt overschat: “Krijgen [60-plussers] minder griep? Leven ze daardoor langer? Het bewijs is flinterdun.”

Overigens denk ik niet dat de prik helemaal niets doet. Want sinds het ‘nemen’ van de griepprik ben ik zeker wel ziek geweest, maar dan half ziek. Een beetje vergelijkbaar met een verjaardagsliedje dat al uitsterft na “dat kun je wel zien dat ben jijijjjj…”, magere yoghurt die zich lekker vol en romig voordoet, een film die illegaal is opgenomen in een bioscoop met het bijbehorende gekuch op de achtergrond, of een smerig sigaretje Marlboro light. Net niet dus. En dat was ik zat. Vier weken net niet ziek zijn is veel vervelender dan een week goed ziek in je bed liggen. Dus het plan was: ik zou de griepprik dit jaar niet nemen en vervolgens een blog schrijven over de complete onzin van de prik. (Overigens dacht ik dat de prik juist wel werkte voor de kwetsbare ouderen, maar volgens het artikel van de Volkskrant werkt de griepprik juist het beste bij gezonde jongeren en bij slechts 40% van de ouderen. Hmmm… wat gaat hier verkeerd?).

De jaarlijkse oproep voor de griepprik

Ik keek de oproep nog wel even door, maar zag—alsof het lot al zo bepaald had—dat ik allebei de oproepdagen niet eens kon. Niet dat dat heel problematisch is, want als ik de prik echt had willen hebben, had de assistente hem wel op een andere dag kunnen geven. Het feit dat ik dus niet kon ervoer ik als meer dan toeval, namelijk een zetje in de rug—van een hoger iets wellicht—en ik besloot dat ik dit jaar de griepprik niet zou nemen. De dag voor de laatste prikdag twijfelde ik nog even, toch wel doen? Niet doen? Diezelfde avond werd ik ziek.

Op de prikdag zelf verving ik mijn oude argument (“Het helpt bij mijn niet”) voor “Nu heeft het toch geen zin meer, want ik ben nu al ziek”. Ik kreeg koorts, wat ik al jaren niet meer heb gehad, rilde totdat ik af en toe moest klappertanden en het volgende moment gutste het zweet van mijn hoofd alsof ik net een marathon had gerend. Twee dagen ellende en toen was het bijna helemaal over. Bijna, want mijn hoofd zat nog wel helemaal vol, zo vol dat ik mezelf een flinke bloedneus snoot. Ondertussen had ik mijn vriend ook aangestoken die na een nacht vol gehoest en gesnurk (daar kan hij helemaal niets aan doen, hij was zeer verkouden) door mij naar de zolder werd gestuurd.

Beter. Of niet?

Maandagochtend, anderhalve week later, stond ik op. Zo, ik voel me nu weer echt helemaal beter, dacht ik nog. Totdat ik een schaaltje sojayoghurt met appel als ontbijt at. Ik weet niet of het de yoghurt, de appel, of misschien de lijnzaadolie was die ik erbij doe omdat daar veel omega-3 vetten in zitten die hopelijk op een goede manier bijdragen aan de stabilisatie van mijn MS, maar eigenlijk denk ik dat het geen van alle was. Ik word gewoon gestraft door mijn ongeloof in de griepprik, zo simpel is het gewoon. Als een baksteen viel het ontbijt op mijn maag. Maar, het viel wel weer mee na een half uurtje, dacht ik, dus ik heb de voordeur al open en ben klaar om naar college te gaan. En dan krijg ik toch ineens een verschrikkelijk visioen: ik rennend vanuit de klas naar een van die smerige wc’s op de UU en het idee dat ik misschien wel te laat ben.

Voordeur toch maar weer dicht. Emmers, wc, buikpijn, maagpijn (ik wist niet dat dat kon), misselijk, warm, 38.5°C, water, alleen maar water, waterwaterwater. Slapjes achter mijn computer en de docent maar mailen dat ik heb besloten vandaag niemand te gaan infecteren. (Op internet eventjes snel opzoeken of het nou “sick” of “ill” was, oja, de eerste, zoals ik al dacht.) Onverwachts bezoek. Overgeven terwijl in de woonkamer—twee meter verderop—bezoek is (ik probeer niet te veel lawaai en rare kreten erbij te maken). Op de bank in slaap vallen, uitgedroogd wakker worden. Misselijk wanneer ik de chips ruik die B. ’s avonds aan het eten is. En de dreigende gedachte dat ik nu uit een van mijn vakken gegooid ga worden omdat ik deze week maar misschien besluit braaf in bed te blijven. Misschien maar een dreigement naar mijn docent maken? “Of ik niet uit de groep gegooid worden, of ik ga jou eens even flink besmetten met buikgriep.” Nee?

In een maand ben ik nu dus al bij elkaar twee weken ziek geweest. Eén keer was niet genoeg, maar nee, voor straf gewoon nog een keer, hoppa. Iedereen die mij goed kent weet wanneer ik echt ziek ben. Wanneer kan je dan zien dat ik echt ziek ben? Wanneer ik niet meer eet. En ik heb nu al twee dagen niets gegeten. Misschien had ik die griepprik toch moeten nemen.

Wat vind jij? Zal ik de griepprik volgend jaar wel of niet halen? Heb jij goede of slechte ervaringen met de griepprik? Of er ideeën over? Graag hoor ik het in een comment hieronder.