“Dit zijn Griekse olijven uit de Peloponnesos, licht besprenkeld met een eerste oogst extra vergine olijfolie uit Noord-Sardinië, en afgemaakt met rozemarijn uit…”

“Afgemaakt?” zei ik.

“Ja, afgemaakt met rozemarijn, afgemaakt wil zeggen dat…”

“Ik weet wat afgemaakt is, ” zei ik scherp—en misschien ook iets te hard, want aan een tafeltje naast het onze hielden een man en een vrouw even op met hun gesprek en keken onze kant uit. “Afgemaakt,” vervolgde ik iets zachter. “Ik weet dat dat niet betekent dat de olijven zijn ‘afgemaakt’ zoals in ‘neergehaald’ of ‘doodgeschoten’.”

Uit: Het Diner van Herman Koch