De nacht is een beschilderde slaap. Ik zag het ooit op een poster staan voor een poezienacht in Amsterdam. Ik stelde het me voor: dromen, verwerking.

Geïllustreerd door de caleidoscoop aan de binnenkant van je oogleden.

Een romantisch beeld van een ongecompliceerde nacht.

Mijn slaap is niet beschilderd met droombeelden, maar met vijanden die mij meedogenloos weerhouden van de overgave: de borstkas van mijn man, de bloedsuikerspiegel van mijn baby, de hersenschimmen van mijn peuter. Maar ook het seksleven van de katten op de daken, de paringsrituelen van de buurtstudenten en de ogenschijnlijk eindeloze helikopterzoektocht naar ontsnapte oude vrouwtjes in ons brave woonwijkje kunnen mij regelmatig tot wanhoop drijven.

Ik fantaseer over waarschuwingsschoten uit het raam, geef mijn man een trap onder de deken, en waan mij in een hutje op de hei.

Mijn nacht is helaas geen schilderij, maar een wandtegeltje wat zegt: je grootste vijand, dat ben jij.