Ik probeer bijna altijd positief te denken. Ook wanneer iemand iets naars doet. Dan geef ik iemand toch het voordeel van de twijfel. Iemand op straat die me geen gedag zegt? Ze zal me wel niet gezien hebben (in plaats van “wat een bitch”). Mijn sjaal ineens in het bezit van iemand anders? Hij zal wel gedacht hebben dat het zijn sjaal was. Te weinig wisselgeld? Het meisje kan vast niet heel goed rekenen. Al ben ik ook weer niet zo naïef dat ik ook altijd werkelijk geloof dat het echt zo gegaan is. Ik hoop gewoon dat mensen geen misbruik maken van bepaalde dingen en dus probeer ik altijd in het goede te geloven. (Oké, toegegeven, ik denk wel “wat een bitch”, maar daarna denk ik dat haar bitchness vast wel een goede reden zal hebben) (Oja, en de jongen bij de baai in Curaçao gaf echt elke keer te weinig geld terug aan klanten. Ik weet echt zeker dat hij gewoon de boel liep op te lichten, de %^#&).

Waar is die gehandicaptenparkeerkaart?!

Wanneer het op auto’s en verkeer aankomt, ben ik echter wel opeens structureel heel wantrouwend. Niet alleen ga ik er al van uit dat dat die zwarte Mercedes Sprinter, die ik al in de verte aan zie komen in mijn spiegel, een asociale rijder is —vaak is dat ook zo—, ik ga er ook van uit dat mensen er lak aan hebben dat ze onrechtmatig hun auto op een gehandicaptenparkeerplaats zetten.

Op de een of andere manier voel ik me bijna altijd genoodzaakt om naar het dashboard van een auto te turen (achter de ruit), wanneer deze op een gehandicaptenparkeerplaats staat. Ik kan gewoon niet geloven dat iedereen zo braaf is om dat niet te doen. Dan zie je dat alle parkeerplaatsen bezet zijn en in zo’n geval kan ik het me gewoon van iemand voorstellen dat hij/zij, misschien in een moment van frustratie, zijn/haar auto maar daar gezet heeft, omdat er geen andere optie was. En alhoewel ik dat enerzijds begrijpelijk vind, blijft het gewoon echt heel asociaal. Die plaatsen zijn gereserveerd voor mensen voor wie het alles uitmaakt of ze daar wel of niet kunnen parkeren. Zo heb ik periodes dat ik na 100 meter al uitgeput ben en mijn benen dan trillen van de inspanning. Als ik op zo’n plaats kan parkeren, meestal zeer dicht bij de plaats van bestemming, dan blijft er nog wat energie over. Als ik aan het einde van de straat een parkeerplaats had moet vinden, ga ik in zo’n periode gewoon niet meer, omdat het te heftig voor me is.

De buitenkant zegt zeker niet alles

Bij veel mensen —of auto’s— is het duidelijk dat ze zo’n plaats nodig hebben. Dan betreft het een 45km/h wagentje. Of het type auto is gewoon duidelijk een type wat veelal gereden wordt door ouderen: een nieuwe zilvergrijze fiat Panda bijvoorbeeld, of een Daihatsu Cuore (ook zilvergrijs ja). (Overigens zijn dit prima auto’s en hoop ik hiermee niemand te beledigen. Het gaat me echt om de combinatie met de parkeerplek dat me doet denken aan dat het de auto is van een ouder iemand.) Maar soms denk je echt dat iemand er misbruik van maakt. Dan staat er zo’n grote, zwarte, glimmende Range Rover te schitteren, terwijl hij nog net niet twee plaatsen tegelijkertijd inneemt. Ongelovig tuur ik dan door het raam heen, op zoek naar het bewijs dat sommige mensen inderdaad slecht zijn.

Maar nee hoor. Ook mensen in een Range Rover kunnen inderdaad iets hebben waardoor ze genoodzaakt zijn zo’n gehandicaptenparkeerkaart aan te vragen, zodat ze gebruik kunnen maken van zo’n plaats.

Inmiddels merkte ik dat ik de laatste weken mijn vertrouwen wat meer begon terug te krijgen. Ik speurde vaker niet dan wel naar de blauwe kaart. Nederland is zich bewust van het feit dat het geen voorrecht is om op zo’n plaats te mogen staan, maar een pure noodzaak, bedacht ik me.

De gehandicaptenparkeerkaart had ze eventjes over het hoofd gezien

En toen liep ik afgelopen donderdag nietsvermoedend van de HEMA naar mijn auto die, jawel, op een gehandicaptenparkeerplaats stond. Als het kan zet ik hem op een andere plek, omdat ik denk dat er mensen zijn die die kaart harder nodig hebben dan ik. Maar er waren slechts twee parkeerplaatsen en die waren gehandicaptenparkeerplaatsen. Mijn benen waren moe en ik had dan ook gebruik gemaakt van mijn kaart. Had ik ergens anders, een stuk verderop, moeten parkeren, dan was ik direct naar huis gereden. Niet langs stop, direct naar de geva…. onee, ik ben even in de war met iets anders. Maar goed. Ik liep dus naar mijn auto, met de paraplu die ik net had gekocht (mijn vorige heb ik ergens per ongeluk achtergelaten) en ging in de auto zitten. Ik haalde mijn kaart van mijn dashboard, deed deze in mijn zijdeurvakje, en startte de auto.

Klopklop. Een vrouw voor het raam. Ze tuurt boos en lichtelijk geëmotioneerd naar binnen. Ik vraag me een seconde of twee af of ik mijn raam moet opendoen, want voor hetzelfde geld heeft ze kwaad in de zin. Ze ziet er ook lichtelijk verwilderd uit. Ik doe toch het raampje open en meteen zegt ze beschuldigend. “Dat kost je 380 euro he?!”

Ik denk na. Waar heeft ze het over? Een seconde of twee kijk ik haar verbouwereerd aan. En dan snap ik het. “Ohhh!” Ik pak mijn gehandicaptenparkeerkaart uit mijn zijdeurvak en hou het omhoog: “U had zeker niet gezien dat ik hem net weglegde?”

De vrouw slaat nog net geen hand voor haar mond en kijkt me geschrokken aan. “Ooooohhhhh, sorry sorry sorry!” zegt ze. “Ik dacht….” Ja! Ze dacht natuurlijk dat dat meisje natuurlijk gewoon asociaal is. Want meestal zijn gebruikers van deze vakken ouderen. Of mensen met een kruk of stok. Of in een rolstoel. Of die van de buitenkant gezien duidelijk heel veel moeite hebben met lopen. Maarja, ook mensen die er gewoon ‘normaal’ uitzien kunnen zo’n kaart hebben ja. Niet alles kan je zien. De vrouw weet niet hoe snel ze haar excuses moet aanbieden en ik stel haar gerust dat ik het heel goed vind dat ze mensen er op aanspreekt.

Blijkbaar valt mijn eigen argwanendheid dus nog mee. Ik heb nog nooit mensen aangesproken die misbruik maakten van deze noodzakelijke parkeerplekken. Al heb ik er wel eens over nagedacht een briefje onder de ruitenwissers te stoppen. (In de hoop een schrikreactie bij iemand teweeg te brengen om vervolgens eventjes mee te delen dat iemand die het nodig had hier niet heeft kunnen parkeren) Vooral toen ik een keer naar de Nijhof moest. Ik had die dag een uitermate slechte dag en wilde bij een van de drie of vier gehandicaptenparkeerplaatsen parkeren, die allemaal bezet bleken te zijn. Geen van de auto’s had een kaart. En dat vond ik heel asociaal. Vooral omdat er genoeg plekken vrij waren. Aan de andere kant van het parkeerterrein weliswaar. En na afgelopen donderdag weet ik één ding heel zeker: de bestuurders van deze auto’s hebben de vrouw van afgelopen donderdag duidelijk nog nooit ontmoet.